Drie jaar onvoorwaardelijk. Deze eis formuleerde de Officier van Justitie tegen een van de verdachten in de zaak van het opgerolde drugslab in Berlikum, Friesland. Ondanks zijn vermeend marginale rol zet het Openbaar Ministerie zwaar in. “De aanwezigheid van drugslaboratoria in de publieke omgeving vormt een zeer groot gevaar.”

De verdachte, een 35-jarige Hagenaar, ontkent tegenover de meervoudige kamer actieve betrokkenheid: “Ik was daar slechts om schoon te maken en was niet op de hoogte van het vervaardigen van rotzooi.”

Desondanks bevond hij zich op de zomeravond van 29 juli 2017, samen met een medeverdachte (39), in een loods aan de Wiersterdyk in het Friese Berlikum. Hun aanwezigheid liep in de gaten, want na een tip uit het dorp stond de politie voor de loods om polshoogte te nemen.

De verdachte verklaart daarop in paniek via de achterdeur het weiland in te vluchten. Beiden werden aangehouden: één in de nabijheid van de loods, de ander verscholen achter een rietkraag.

In de loods zijn jerrycans, tonnen met zuur, handschoenen, gezichtsmaskers en een destillatieketel aangetroffen. Achter de loods werd in verschillende containers groenachtige vloeistof gevonden. Volgens het OM restafval van de productie van amfetamine.

De voorzitter van de rechtbank is kritisch. Wekt de aanwezigheid van grote blauwe vaten en een sterke chemische lucht geen argwaan? De verdachte rook letterlijk geen onraad. “Ik heb de jerrycans en de grote ketel wel gezien, maar nooit gedacht dat hier sprake was van een drugslab. Ik heb me nog nooit met dat soort zaken bezig gehouden.”

Officier van Justitie Thea Pitstra is hier niet van overtuigd. “Verdachten zijn minstens zeven uur in het pand aanwezig geweest. Lang genoeg om te weten wat zich daar afspeelt.” Zij zet dan ook zwaar in en eist drie jaar cel.

Dat is overigens minder dan de vier jaar die recentelijk in soortgelijke zaken werd geëist. “Enige strafvermindering lijkt me hier op z’n plaats, omdat de verdachte niet de drijvende kracht achter deze operatie lijkt. Maar de schade aan het milieu en het mogelijke brand en ontploffingsgevaar van een drugslaboratorium in een woongemeenschap wegen erg zwaar mee.”

De verdachte, gesteund door familie op de publieke tribune, hoort het gelaten aan. Zijn raadsman pleit voor vrijspraak. “Mijn cliënt heeft vanuit de politieverhoren pas begrepen wat er daadwerkelijk in het pand gaande was. Daarbij is er geen enkel verband tussen mijn cliënt en het gehuurde pand of de daar aangetroffen materialen.” Dit laatste wordt bevestigd door de verhuurder van de loods. Hij herkende de verdachte niet en heeft hem niet eerder bij het pand gezien. “Wij betwisten niet dat verdachte in het pand aanwezig is geweest, wel dat hij betrokken is geweest bij het vervaardigen van drugs. Wij vragen dan ook om vrijspraak.”

Het pand aan de Wiersterdyk is op last van waarnemend burgemeester Theunis Piersma, voor een jaar gesloten. De rechtbank heeft de 34-jarige Hagenaar veroordeeld tot een werkstraf van 180 uur. Daarnaast kreeg hij celstraf. Maar omdat die net zo lang is als zijn voorarrest, namelijk 90 dagen waarvan 69 voorwaardelijk, hoeft hij niet langer de gevangenis in. Omdat hij niet de drijvende kracht achter het drugslab was pakte het vonnis lager uit dan de eis van het Openbaar Ministerie.