"Welkom in Afrika", zegt Ali, een Senegalese man van 38. Hij lacht breeduit terwijl hij een hek openzwaait dat toegang biedt tot een open veld midden in de wijk Sant Martí in het noordoosten van Barcelona. Zijn tanden staan als een rij scheve schoolkrijtjes in zijn mond. Op het terrein bevinden zich tientallen hutjes met muren van steigerhout, en golfplaten en zeil als dak. Ooit stonden hier oude industriële complexen, loodsen, fabrieken en arbeiderswoningen. Ze werden gesloopt in het kader van de gentrificatie van dit gedeelte van Barcelona. Het 'Manchester van Catalonië’ moest plaats maken voor een moderne wijk. Toen de crisis in 2008 toesloeg, kwamen veel projecten stil te liggen met hectares braakliggend terrein midden in de stad als gevolg.

Op veel van die plekken leven nu immigranten zoals Ali: mannen uit Sub-Sahara Afrika die naar Europa reisden in de hoop op een beter leven. Ze wonen in zelfgebouwde krotten in de buitenlucht of in gekraakte loodsen die al jaren niet meer in gebruik zijn. Het zijn kleine Afrikaanse nederzettingen midden in Barcelona. "We doen hier alles met elkaar, net zoals thuis. We dammen, we eten, we maken muziek en we dansen", vertelt Ali. De alledaagsheid tussen de tientallen hutjes valt inderdaad op. Voor een van de krotten staat een vrouw met opgestoken haar in een pan te roeren. Ze draagt een felgekleurde jurk en kookt op een verroest fornuis dat is aangesloten op butagas. "Het is hier eten wat de pot schaft, maar het smaakt ze altijd", ze knikt richting de mannen die op de plastic stoelen en bierkratten voor haar provisorische eettentje zitten. Iets verderop hangt een was te drogen in de zon.