Een prachtige ligging aan de azuurblauwe Middellandse zee, een nationaal park om de hoek en allerlei culturele bezienswaardigheden op steenworp afstand: het zou zomaar de omschrijving kunnen zijn van een populaire vakantiebestemming in een reisgids. Toch komen in het Israëlische Jisr az-Zarqa maar weinig toeristen. Een ambitieus duo probeert daar verandering in te brengen. En met succes.

Het is een koude decemberdag aan de Mediterraanse kust. Een waterig winterzonnetje prikt door het dikke grijze wolkendek dat als een donkere deken boven de kustlijn hangt. Het is nog vroeg in de ochtend, maar het leven in Jisr az-Zarqa is al in volle gang. Hand in hand lopen gesluierde vrouwen met hun kinderen over straat, op weg naar school. Auto's claxonneren ongeduldig naar de roestige vrachtwagentjes die hun goederen uitladen bij de mini-supermarkt in het kleine centrum.

De dorpsoudsten aanschouwen het chaotische ochtendritueel vanuit de ooit witte plastic kuipstoeltjes van het koffiehuis. Op de hoek van de straat stopt een taxi, een jonge man met grote rugtas en leren sandalen stapt uit. Lichtelijk ontredderd kijkt hij om zich heen, terwijl de taxi gauw weer rechtsomkeert maakt. Is dit inderdaad de plek waar zijn medereizigers hem over hadden verteld?

Het armste dorp van Israël
Welkom in Jisr-az Zarqa, het armste dorp van Israël. Ingeklemd tussen de glooiende golfbanen en fonkelende privézwembaden van Caesarea in het zuiden en de succesvolle kibboets van Ma'agan Michel in het noorden ligt dit kleine vissersdorpje, het laatst overgebleven Arabische dorp aan de Israëlische kust.

Terwijl Caesarea overspoeld wordt door vakantiegangers, komen in Jisr az-Zarqa weinig toeristen. Niet zo gek, als je om je heen kijkt. De kapotte straten liggen bezaaid met afval, publieke voorzieningen zijn er nauwelijks en hoewel de coastal highway pal langs het dorp loopt, is er geen afrit gebouwd die naar Jisr leidt. De enige toegangsweg naar het dorp is een smalle betonnen tunnel onder de snelweg, waar - met een beetje geluk -  één niet al te brede auto doorheen past. Geen bestemming waar je als toerist per toeval terecht komt.

Dat uitgerekend hier vier jaar geleden een backpackershostel werd geopend, deed vele wenkbrauwen rijzen. Een online crowdfundingsactie zorgde ervoor dat de Israëlische advocate Neta Hanien en de lokale Arabische ondernemer Ahmad Juha hun gezamenlijke droom in vervulling konden laten gaan. Binnen een paar maanden haalden ze ruim $22.000 op en konden ze beginnen met de bouw van het hostel, Juha's Guesthouse. Hun doel? Door middel van social tourism op lokaal niveau de sociale en economische impasse doorbreken. 

Gebukt onder een krachtig stigma
De cijfers zijn weinig rooskleurig: in Jisr az-Zarqa leeft tachtig procent van de inwoners onder de armoedegrens, een derde van de bevolking is werkloos en het dorpje heeft een van de hoogste misdaadcijfers van het land. Een verborgen Israël, zo valt te lezen op de website van het hostel. Het dagelijks leven in Jisr staat daarmee in schril contrast met het luxe jetsetleven dat zich twee kilometer verderop afspeelt in Caesarea: een geliefde vakantiebestemming onder welgestelde Israeliërs waar ook premier Benjamin Netanyahu een huis bezit.

Caesarea is de enige plaats in Israël die niet wordt bestuurd door een lokaal gemeentebestuur, maar door een private organisatie: de Caesarea Development Corporation, opgericht door de Rothschild-familie. De Corporation bouwde in 2002 een 160 meter lange muur tussen Caesarea en Jisr om Caesarea te beschermen tegen criminaliteit en om de oproep tot het gebed niet te hoeven horen. Jisr az-Zarqa is een andere wereld.

Maar de cijfers vertellen maar een deel van het verhaal. Een sterk stigma achtervolgt de inwoners van Jisr. Door de Israeliërs worden ze gezien als crimineel en achtergesteld, door de rest van de Arabisch-Israëlische bevolking als collaborateurs van de Zionisten. Een stigma dat teruggaat naar de ontstaansgeschiedenis van de staat Israël, toen in 1948 de inwoners van Jisr vrijwillig meewerkten aan de drooglegging van het moerasachtige gebied rondom het dorp onder leiding van Baron de Rothschild.

Ruim een halve eeuw later is het dorp verwaarloosd door de Israëlische regering, en zijn de bewoners gaan geloven in het negatieve stempel dat hen is opgelegd. Jisr is van oorsprong een dorpje van vissers, maar de Middellandse Zee geeft nog maar weinig vis door overbevissing. De inwoners leiden een uitzichtloos bestaan en er heerst veel onderling wantrouwen. Het idee dat toeristen hun dorp zouden willen bezoeken, ging er bij inwoners van Jisr dan ook moeilijk in en ook lokale ondernemers zagen er geen brood in. Die verwachting moesten zij 180 graden bijstellen. Want de toeristen kwamen.

Zichtbare verandering
Bijna vier jaar na de opening van Juha's Guesthouse is het dorp onmiskenbaar veranderd, vertelt Geneviève Begue, terwijl ze in de kleine keuken het ontbijt voor de hostelgasten klaarmaakt. De Franse Begue kwam vier jaar geleden voor haar studie naar Israël en was vanaf het begin betrokken bij de bouw van het hostel. Inmiddels leidt ze het educatieprogramma van het hostel, maar is ze ook nog regelmatig in het gastenverblijf te vinden. Geneviève: "Toen ik voor het eerst in Jisr kwam, zag het straatbeeld er compleet anders uit. Kinderen verbrandden autobanden op straat. Het leek op een sloppenwijk in India."

De positieve verandering die langzaam zichtbaar begint te worden was er een van de lange adem. Dat was niet altijd makkelijk, vertelt Geneviève: "Ik heb er vaak genoeg aan gedacht om ermee te stoppen. Je werkt zestig uur per week voor anderen, zonder daar betaald voor te krijgen. Dat gaat knagen. Waarom ben ik zoveel voor anderen aan het werk? Willen zij dat wel? Wat krijg ik er voor terug?"

Over het antwoord hoeft Geneviève nu niet lang meer na te denken. "Het geeft mij enorme voldoening", vertelt ze terwijl ze het pannenkoekenbeslag in de koelkast zet. "Ik zie nu hoe de mentaliteit van de mensen is veranderd: hoe het hele dorp zich steeds meer heeft opengesteld voor anderen, mensen van buiten. Als je nu door het dorp loopt, begroeten mensen je en vragen hoe het gaat. Dat was vier jaar geleden totaal anders. Die verandering motiveert mij nog iedere dag."

Op naar een betere toekomst
Naast de sociale verandering die het hostel teweeg heeft gebracht, profiteren de lokale winkeliers ook van de toegenomen bedrijvigheid. De oprichtster van het hostel, Neta Hanien, bevestigt dit beeld: "Het is voor de bewoners ontzettend bemoedigend om te zien dat toeristen de moeite nemen om hiernaartoe te komen. De toeristen die Jisr bezoeken willen niet alleen een plek om te slapen, maar zoeken ook een plek om te eten en souvenirs om mee naar huis te nemen."

Als sociale onderneming blijft het echter balanceren. Aan de ene kant wil je toeristen een authentieke ervaring bieden, en tegelijkertijd wil je bijdragen aan betere leefomstandigheden voor de lokale bewoners, met behoud van lokale tradities en cultuur. Soms botst dat, vertelt Geneviève: "Het is een islamitisch dorp, met eigen normen en waarden. Die komen niet altijd overeen met die van de bezoekers. Mensen hier zijn bijvoorbeeld niet gewend dat er vrouwen in bikini op het strand liggen. Maar dat heeft nog nooit tot echte problemen geleid."

Of Juha's Guesthouse het tij echt kan keren in Jisr az-Zarqa valt te bezien. Om daadwerkelijk gelijke kansen te creëren voor inwoners moet de Israëlische regering ook verantwoordelijkheid nemen. Maar voor de bewoners van Jisr is de komst van toeristen een bemoedigende eerste stap. Op weg naar een eigen toekomst, en een minder verborgen Israël.