‘s Ochtends waait er een frisse wind door de straten van Den Haag. Het is koud en het regent bij het Paleis van Justitie. Op de tweede etage loopt een oude vrouw met grijs haar, rode lipstick, rode bril en een net kapsel. De vrouw heeft een rollator om vooruit te kunnen komen. Daarnaast begeleidt een advocaat haar loop.

Binnen in de rechtszaal roept de bode tweemaal een naam van een persoon op om zich te melden voor een strafrechtzaak. Niemand reageert en dus kan de zaak niet doorgaan. Totdat de vrouw met de rollator zich uiteindelijk meldt bij de balie van de bode. Slechthorende mevrouw Y.D., geboren in 1944, staat terecht.

Y.D. rolt met de rollator langzaam zaal E2 binnen en neemt vervolgens plaats met aan haar rechterzijde advocaat Leistra. Tegenover haar zit politierechter mevrouw van Keulen, links zit de officier van justitie meneer Boswijk en daartegenover de griffier. Mevrouw Y.D. wordt berecht voor winkeldiefstal. Voor het stelen van vijf blikjes Gulpener en drie bananen bij de Jumbo. Ze praat rustig tegen de politierechter, maar haar aanwezigheid blijft niet onopgemerkt. De verdachte praat namelijk constant en laat niemand uitpraten.

Mevrouw D. heeft last van een nekhernia. Zo begint haar betoog. Ze legt uit dat ze duizelig was toen ze in de supermarkt was om boodschappen te doen. Zo duizelig om daar naar het toilet te gaan en een bierblikje te openen. “Ik ben me van geen kwaad bewust”, meldt Y.D. De rechter vraagt: “Wat is er dan precies gebeurd? Waarom open je in de supermarkt een bierblikje en drink je daaruit? Ze hadden bierblikjes en bananen in de boodschappentas van uw rollator gevonden nadat u de kassa passeerde zonder te hebben betaald voor de goederen.” Mevrouw Y.D. praat erdoorheen: “Bier? Bah! Ik houd van wijn!”

Advocaat Leistra vertelt verdachte D. dat ze echt moet luisteren naar wat de politierechter zegt. Maar de cliënte praat verder over haar arrestatie en het moment dat ze in de gevangenis zat. Daar heeft ze behoorlijke blauwe plekken aan overgehouden, zegt ze, want ze viel flauw.

Y.D. blijkt volgens een reclasseringsrapport van GGZ en Parnassia een alcoholprobleem te hebben. In 2016 werd mevrouw opgepakt voor rijden onder invloed en wilde geen alcoholtest ondergaan. De beruchte rollator van Y.D. staat tussen twee tafels in en precies tegenover de voorzitter van de rechtbank. In haar chique jas met zwarte vierkante patronen en rode lijnen, kijkt mevrouw D. om zich heen en spreekt zich uit: “Hier gaat het om stigmatisering en niet om een objectief oordeel.” Daarnaast duidt ze aan dat ze af en toe last heeft van eenzaamheid en het wel prettig vindt om met iemand te praten. Bijvoorbeeld tegen een medewerker van psychiatrisch ziekenhuis Parnassia.

Er werd verdachte Y.D. al eerder een boete opgelegd en een winkelverbod. De beklaagde blijft herhaaldelijk de voorzitter van de rechtbank in de rede vallen totdat die duidelijk maakt dat ze hiermee moet ophouden. De officier vindt het lastig om iets vast te stellen, omdat er geen oogmerk is. Hierop volgt er een vrijspraak. Mevrouw benadrukt om voortaan na te denken voordat ze het huis verlaat. Y.D. loopt tevreden met de rollator en haar advocaat de zaal uit.