De muziek van de Groningse troubadour Ede Staal staat sinds kort op Spotify. De Wereld Draait Door besteedde dan ook uitgebreid aandacht aan de zanger die het Groninger landschap zo mooi bezong. De sfeer zat er goed in, totdat acteur Marcel Hensema een lans brak voor Groningers die zich achtergesteld voelen. "Ik voel in Groningen steeds meer woede richting de Randstad", zei Hensema. "Machteloosheid ook. Van Groningers, die zich zó bedonderd voelen, zó verschrikkelijk bedonderd." Want sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw is in Nederland meer dan 3600 miljard m3 aardgas gewonnen, wat de schatkist zo’n 280 miljard aan inkomsten opleverde. Veel te weinig daarvan is terug naar Groningen gegaan, foeterde Hensema, maar de provincie draagt wel de gevolgen van de aardgaswinning. "200.000 vaders, moeders en kinderen zijn iedere nacht bang om te gaan slapen. En we doen níks, want het gaat om geld." Opeens viel er een ongemakkelijke stilte in de studio.

Er gaapt een kloof tussen Randstad en Randland. Dat bericht duikt steeds vaker op in de media. Als anti-Zwarte Piet-betogers op weg naar Dokkum worden tegengehouden, bijvoorbeeld. Of als populisme in krimpgebieden hoogtij blijkt te vieren.

Terwijl een stad als Amsterdam met duizenden inwoners per jaar groeit en de huizenprijzen er de pan uitrijzen, voltrekt zich volgens de cijfers aan de randen van Nederland in stilte een andere ontwikkeling. In gebieden als Oost-Groningen, de Achterhoek en Zuid-Limburg krimpt en vergrijst de bevolking. Het beeld dat we over deze gebieden krijgen voorgeschoteld is die van de neerwaartse spiraal: Jonge en vaak hoger opgeleide mensen trekken naar de steden. De mensen die achterblijven zijn gemiddeld niet alleen ouder en minder hoog opgeleid, ze zijn ook minder gezond en vaker werkloos. Het wordt daardoor steeds moeilijker voorzieningen als dorpswinkels, scholen en openbaar vervoer in stand te houden. Bovendien staan huizen in het Randland vaker onder water en er is relatief veel leegstand. 

De trek naar de stad, met alle gevolgen van dien, is een wereldwijde trend. Maar als we willen weten waar in Nederland de kloof tussen Randstad en Randland vandaan komt, moeten we onze ogen richten op het beleid dat die tendens versterkt.

Bloeiende steden
"De ontgroening van krimpprovincies zorgt voor bloei van de Randstad", zegt Daan Prevoo, gedeputeerde in de provincie Limburg. Afgelopen voorjaar publiceerde Prevoo samen met de gedeputeerden van nog vier andere krimpprovincies en hoogleraar krimp Bettina Bock (RUG) een opiniestuk in de Volkskrant. Daarin schreven ze dat de achterstand van het Nederlandse Randland gedeeltelijk te wijten is aan het Rijksbeleid, dat vooral gericht is op sterke steden. Want die sterke steden zouden de motor zijn van de economie. We zouden ze nodig hebben om internationaal te kunnen concurreren. Een voorbeeld van beleid dat specifiek de stad versterkt, is de Agenda Stad, met de bijbehorende City Deals. Als Rijksinvesteringen anders zouden worden verdeeld, zeggen de gedeputeerden, zou dat de ruimtelijke ongelijkheid in Nederland kunnen verminderen.

Een concreet voorbeeld: Zuid-Limburg is omringd door de steden Aken, Brussel, Luik, Düsseldorf, Leuven en verderop Parijs. Maar met geen van die steden is er een directe treinverbinding. "Sterker nog", zegt Daan Prevoo, "hier verdwijnen buslijnen omdat ze niet rendabel genoeg zijn, met alle gevolgen voor de leefbaarheid van dien. Investeringen in infrastructuur zijn vaak op de Randstad gericht. Daarbij wordt helemaal niet over de grens gekeken."

Beleid te veel gericht op de stad? Daar is niet iedereen het mee eens. "Steden worden sterker, maar ik zou bijna zeggen: ondanks het beleid", zegt planoloog Zef Hemel, die in 2016 het boek De toekomst van de stad publiceerde. "In de steden wordt het geld verdiend, dat via allerlei belastingen naar de schatkist vloeit en dan wordt herverdeeld. Dat komt de provincies ten goede."

Hemel somt op: "Denk maar aan landbouwsubsidies, openbaarvervoerssubsidies waarvan zestig procent naar het platteland gaat, het reiskostenforfait, de studentenreisproducten, ambtenaren die overal hetzelfde salaris krijgen, terwijl wonen in de stad veel duurder is dan op het platteland. Mensen realiseren zich niet dat dat ook een soort subsidies zijn. Ik pleit voor een actief krimpbeleid, dat van het platteland weer deels natuur maakt en dat mensen niet probeert op het platteland vast te houden. Het beleid moet juist méér gericht worden op de grote stad in plaats van minder, zoals nu dreigt te gebeuren. Daar wordt Nederland mooier, duurzamer en leefbaarder van. Natuurlijk zijn mensen die daar wonen het hier niet mee eens. Maar we bouwen ook geen utopie. Het gaat erom wat goed is voor het hele land."

Eelco Eikenaar, gedeputeerde in Groningen, herkent dat deels. "Als je ergens weinig investeert, blijft de economische ontwikkeling ook achter. Stel dat er veel meer geïnvesteerd zou worden in duurzame energie in Groningen. Dan zou onze provincie tot bloei kunnen komen en voorkomen we tegelijkertijd oververhitting van de Randstad."

Soms zien investeringen in krimpgebieden er anders uit dan in andere delen van het land. In Groningen is bijvoorbeeld veel geld nodig om verkrotting tegen te gaan. Panden moeten soms worden gesloopt en vervangen door een plein of park, om de leefbaarheid in een dorp of stad op peil te houden. Als in de Randstad een pand gesloopt wordt, staan de projectontwikkelaars in de rij. Maar in de provincie Groningen moet er in sommige gevallen geld bij. Eikenaar: "Als we hier niet in investeren bereiken we op een gegeven moment een tipping point waarna de krimpgebieden helemaal niet meer aantrekkelijk zijn. En ja, dat investeren gebeurt met publiek geld. Maar weet je hoeveel publiek geld er nodig is om Amsterdam mooi te houden?"

Gevolgen
Het Nederlandse platteland loopt niet volledig leeg. Spookdorpen, zoals andere Europese landen die kennen, hebben we hier niet. Toch groeit de onvrede aan de randen van het land. Dat is terug te zien in bijvoorbeeld verkiezingsuitslagen. In krimpgebieden stemmen mensen vaker op protestpartijen zoals de PVV en SP, en heeft de coalitie weinig steun.

Eikenaar: "Er zijn groepen mensen en regio’s die het gevoel hebben dat er naar hen niet wordt omgekeken. De boodschap die deze mensen krijgen, luidt: u bent het niet waard om in te investeren. U zoekt het zelf maar lekker uit en wij investeren ergens waar we er wél aan kunnen verdienen. Daar moeten we mee oppassen, want dat zorgt voor een grotere polarisatie in Nederland, die deels is terug te voeren op beleid."

Inmiddels lijkt het erop dat er voorzichtig meer aandacht komt voor de kloof tussen Randstad en Randland. In het nieuwe regeerakkoord komt het woord ‘regio’ bijna tachtig keer voor. Er is een minister van Regio aangesteld (Carola Schouten, CU), die samen met minister Ollongren de Regionale Enveloppe beheert, met daarin 900 miljoen euro voor krimpregio’s en andere regionale aangelegenheden. Gaan we de kloof dichten?

"Uitspreken en belijden zijn twee verschillende zaken", zegt Daan Prevoo. "Maar het klinkt veelbelovend." Eelco Eikenaar: "Er is meer aandacht voor de regio, maar wat dat in de praktijk betekent, is nog koffiedik kijken. Deze kwestie vraagt jaren van niet-aflatende inzet en we staan nog aan het begin. Ik geloof dat het probleem zich de komende jaren gaat manifesteren en dat daardoor ook de aandacht voor de waarde van krimpgebieden zal toenemen." Prevoo: "Ik hoop dat er meer aandacht komt voor wat zich buiten de Randstad, in de rest van het land, afspeelt. En vooral voor de kansen die daar liggen."

Dit artikel is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzonder Journalistieke Projecten en de Lira Startsubsidie voor jonge journalisten.

Welke kansen biedt krimp? En hoe gaan andere landen om met bevolkingskrimp? Binnenkort verschijnen op Small Stream Media meer artikelen in dit dossier De kansen van Krimp.