Dit is het verhaal van Jason (25), een getraumatiseerde jongen die dagelijks moest toekijken hoe kinderen in de isoleercel belanden. Na veertien jaar is er nog altijd woede, verdriet en pijn.

"Ik wilde een einde maken aan mijn leven. De pijn van weerloze kinderen kon ik niet langer meer verdragen." Het was een doordeweekse zomeravond. De toen elfjarige Jason lag trillend in zijn bed. Zijn kussen was nat van het huilen. Het geluid van schreeuwende kinderen was oorverdovend. "Het gegil om hulp ging door merg en been. Ik stapte uit mijn bed om te kijken wat er aan de hand was." Hij wist dat wat hij daar zag, nooit meer van zijn netvlies kon krijgen: kinderen werden tegen de grond gedrukt en hardhandig in eenzaamheid opgesloten. Dit leed móést stoppen.

In 2004 verbleef Jason, die liever anoniem wil blijven, een jaar in een jeugdzorginstelling in Soest. Daar was hij dagelijks getuige van het geschreeuw van kinderen die gefixeerd werden en in de isoleercel belanden. Hij heeft een trauma overgehouden aan de mishandelingen, zoals hij het zelf noemt. Jason staat nu onder behandeling van een psycholoog.

Zijn herinneringen zijn levendig en worden heftiger naarmate hij ouder wordt. "Ik hoor de huilende kinderen, die verschrikkelijke beelden van toen komen als een film voorbij. Elke dag opnieuw. Ik ben dan gegrepen door angst."

Ook na veertien jaar is er nog die woede, het verdriet en de pijn. Nu zoekt hij naar erkenning. Jason: "Niet alleen voor mezelf. Ook voor mijn medebewoners van toen." Sinds kort volgt hij een opleiding om in een instelling te kunnen werken als persoonlijk begeleider. Hij wil voorkomen dat kinderen die nu in een instelling verblijven hetzelfde lot als hij moeten ondergaan. "Eén kind minder in de isoleercel is het mij waard om over de misstanden te vertellen." Jason maakte daarom een gedetailleerd verslag van zijn verblijf in de jeugdzorginstelling in Soest. Hij schreef verschillende klachtenbrieven en ging in gesprek met de instelling.

Het verhaal van Jason is het verhaal van een jongen die al vroeg in zijn jeugd geconfronteerd werd met geweld. Thuis was er altijd ruzie: Hij had een agressieve vader die Jasons’ moeder mishandelde, en zelfs neerstak.

Vanaf dat moment werd Jason uit huis geplaatst en groeide hij op in een pleeggezin. Vol lof spreekt hij over zijn pleegouders die hij beschouwt als zijn biologische ouders. "Ik ontving veel liefde van ze. Daarom heb ik nooit kunnen begrijpen waarom ik mij soms zo buitensporig kon gedragen." Hij ontwikkelde gedragsproblemen; zijn driftbuien kon hij moeilijk onder controle krijgen. “Uit frustratie maakte ik soms spullen kapot. Maar nooit was ik gewelddadig naar mijn pleegouders”, benadrukt hij.

Rode knop
In de instelling in Soest kwam Jason terecht tussen kinderen van verschillende pluimage – sommige kinderen hadden een licht verstandelijke beperking, andere kinderen waren beschadigd door seksueel misbruik, verwaarlozing, vechtscheidingen of huiselijk geweld.

En wanneer een jongere zich – als logisch gevolg van heftige negatieve gevoelens, niet gedroeg, werd hij gefixeerd en opgesloten in de isoleercel, zegt Jason.
Zo stond een jongetje huilend voor het raam. Het verdriet om zijn ouders die hem verlieten, kon hij maar moeilijk verkroppen. In paniek rende hij naar de deur en bleef continu aan de deurhendel trekken. Tevergeefs. Hij werd gefixeerd. Hierdoor raakte hij nog meer overstuur. Om het kind ‘rustig’ te krijgen, bracht de groepsleider hem naar de isoleercel. "Later die avond zat hij versteent naast mij op de bank. Zijn gezicht was bleek, zijn ogen nat. Dit maakte mij kwaad. Het enige wat dit kind nodig had, was een knuffel."

Of tijdens het avondeten toen een meisje verbaal agressief was. "Ze werd direct naar de ‘iso' gebracht. ‘Als je nu niet stopt met schelden, doen wij de deur op slot', riep een hulpverlener. Ze was muisstil." Maar een eenzame opsluiting werd haar niet bespaard. "De hulpverlener joelde haar uit voor viswijf waarop het meisje terugschold." De driemeter ijzeren deur viel dicht.

Het drong tot Jason door: dit kan mij ook overkomen. Altijd had hij de angst om in de isoleercel weggestopt te worden. Hij vertelt over een autoritaire groepsleider die de isoleercel gebruikte als machtsmiddel om kinderen te ‘straffen.’  "Het was aftellen totdat ze weer een kind hardhandig in de isoleercel opsloot. Ik ging mij steeds onveiliger voelen." Hij probeerde zo veel mogelijk de groepsleider uit de weg te gaan. "Als oudste van de groep mocht ik als laatste naar bed. Maar als zij avonddienst had, vroeg ik of ik eerder naar mijn kamer mocht. Ik wilde absoluut niet alleen met haar zijn. Dit lukte altijd. Maar op een avond weigerde ze dat opeens. Waarschijnlijk had ze me door omdat ik bij haar collega’s wel laat opbleef. Ik vond dit zo onrechtvaardig dat ik met haar verbaal de strijd aanging. Ze werd boos, pakte mij vast en stuurde mij naar de straftafel die pal naast de isoleercel stond. Als ik mijn mond niet hield, zou ze op de rode knop drukken."

Het was Jason zijn droom om beroepsmilitair te worden. Maar door het trauma dat hij opliep in de jeugdinrichting in Soest is hij afgekeurd voor de opleiding bij Defensie.

Eenzame leegte 
Die eenzame leegte, het gevoel nergens naartoe te kunnen. "Ik kreeg de rillingen aan deze gedachte." Het was een kille en beklemmende ruimte, herinnert Jason zich. Als de isoleercel niet in gebruik was, moest hij er vaak verplicht in ‘spelen’ met zijn twee Bey Blades (tollen die je kon afschieten) vanwege het lawaai. "Ik vond het vreselijk om in deze cel te moeten zijn. Een keer werd een angstige jongen helemaal gek in die ruimte en probeerde het glas met een knikker kapot te maken. Er kwam daar geen daglicht naar binnen. Er was geen besef van tijd of van leven buiten die muren. Hoe kun je kinderen in zo’n ruimte opsluiten?"

"Niemand die mij daar echt een antwoord op kon geven", vertelt Jason verder. "Ik ontving afkeurende en boze blikken als ik herhaaldelijk die vraag stelde. Sommige hulpverleners zwegen; anderen werden boos en snoerden mij de mond. Eén hulpverlener pakte mijn hand vast en bracht mij naar de isoleercel. Ik moest naast haar zitten. Ze vroeg aan mij wat ik hier nu zo erg aan vond. ‘Dit is een isoleercel. Hier horen wij niet te zitten. Kinderen huilen. Dit is pure kindermishandeling, riep ik verontwaardigd. Ze raakte geïrriteerd. 'Sommige kinderen stellen zich aan’, zei ze. Maar ik zag de tranen en die waren echt."

Natuurlijk weet Jason dat een jongere soms onhandelbaar of agressief was en dat geen hulpverlener hem of haar tot rust kon brengen. Bijvoorbeeld de boze jongen die dreigend met een halterstang zat te zwaaien. Of het meisje dat een zwangere medewerker in de buik schopte. In zulke noodsituaties mag een isoleercel gebruikt worden, vindt hij.

Maar in de meeste gevallen was er geen sprake van acuut gevaar. Denk: het huilende jongetje voor het raam dat zijn ouders miste, het meisje dat gekleineerd werd door een hulpverlener of het dieptepunt van Jasons’ verblijf: schreeuwende kinderen die tegelijkertijd gefixeerd en opgesloten werden. "Ik dacht toen aan zelfmoord: mijn adem hield ik zo lang mogelijk in totdat ik zou stikken. Een stagiaire kwam op tijd mijn kamer binnen, aaide over mijn hoofd en bleef bij mij zitten tot alles voorbij was."

Maar de volgende ochtend gingen de repressies gewoon door.

Allerlaatste redmiddel
Leg je Jasons’ verhaal voor aan een hulpverlener, dan wordt er gezegd dat de zaken nu helemaal anders zijn. Dat afzondering en fixatie alleen bij hoge uitzondering gebeuren. Dat zoiets niet straffend bedoeld is, maar om jongeren te beschermen. Dit soort dwang zou nu alleen plaatsvinden als er geen enkele andere manier is om iemand tot kalmte te brengen. Het is een allerlaatste redmiddel.

Uit recent onderzoek dat Ilona Dahl, de schrijfster van dit stuk voor De Correspondent deed blijkt dat hulpverleners de isoleercel veelvuldig en niet altijd als laatste redmiddel hanteren. Minstens duizend keer per jaar worden kinderen in de gesloten jeugdzorg om allerlei redenen in eenzaamheid opgesloten. Zoals: begeleiders die controle op de groep willen krijgen; een instelling die ’s nachts een personeelstekort heeft bij nachtelijke opnames; werknemers die de isoleercel gebruiken als straf voor het niet meedoen met een groepsactiviteit. Ook in een uitzending van KRO Brandpunt op 31 oktober 2017 bevestigen jongeren en hulpverleners dat "negatief gedrag vaak bestraft wordt met de isoleercel".

Het is precies het type voorvallen dat Peer van der Helm, die aan de Hogeschool Leiden al jaren onderzoek doet naar de gesloten jeugdzorg, keer op keer tegenkomt. Van der Helm stelt dat instellingen de maatregelen meestal goedpraten met argumenten als "het is voor de eigen veiligheid." Maar daar staat wel iets tegenover. "We weten hoe schadelijk separatie voor een kind kan zijn. Die eenzaamheid maakt een kind vaak heel angstig. Het kan een nieuw trauma veroorzaken." Maar het kan ook een trauma bezorgen bij kinderen die het louter hebben zien gebeuren. Daar kan Jason dus over meepraten. Hoewel hij zelf nooit in de isoleercel werd opgesloten, voelde hij de pijn van de kinderen die dit wel is overkomen. Alsof hij het zelf beleefde. En nu herbeleeft. Iedere dag weer.