In Italië geven ze gratis kastelen weg. In Japan sturen ze brochures naar jongeren om ze terug te lokken naar hun geboortedorp. Er wordt van alles bedacht in de wereld om tegenwicht te bieden aan het leegstromende platteland. Lang niet alles heeft het beoogde effect. Wat werkt wel? En kan Nederland daar iets van opsteken?

Om de leegloop van het platteland te begrijpen, beginnen we in de Chinese miljoenenstad Shenzhen. Knetterende brommers manoeuvreren slalommend door de uitlaatgassen van rijen toeterende auto’s. Harde muziek schalt uit de speakers van de verkoopstalletjes, waar je nep iPhones en namaak Louis Vuitton-tassen kunt kopen. In dit tumult baan ik mij een weg naar de poorten van een productiehal, waar net een groep werknemers naar buiten komt. Dag en nacht werken de mensen hier om smartphones in elkaar te zetten. Elektronicaleverancier Foxconn biedt er werk aan honderdduizenden werknemers die de honger naar de nieuwste Apple-producten mogen stillen.

Shenzhen is een van de snelst groeiende steden ter wereld en wordt inmiddels het ‘Sillicon Valley’ van China genoemd. De booming city telt nu officieel 11,4 miljoen inwoners, maar in werkelijkheid liggen de aantallen hoger omdat veel arbeidsmigranten (nog) niet geregistreerd staan. Ter vergelijking; in 1980 telde deze plek minder dan 30.000 inwoners. Shenzhen ligt in de verstedelijkte Parelrivierdelta, waar ook de miljoenensteden Dongguan, Foshan en Guangzhou onderdeel van zijn. In totaal wonen hier 42 miljoen mensen (2010) op een oppervlakte die vier keer zo groot is als Jakarta. Dit is volgens de Wereldbank in zowel bewonersaantallen als oppervlakte, de grootste metropool op aarde.

Deze snelgroeiende kraamkamer van elektronica is misschien wel hét actuele symbool van snelle urbanisatie, ontketend door economisch groei en werkgelegenheid. De komst van de industrie zorgde voor banen, niet alleen in de fabrieken maar ook in de dienstensector. De lonen liggen in Shenzhen, net als in andere grote steden, gemiddeld 21 procent hoger dan op het platteland. Afgelopen jaar trokken alleen al in China 170 miljoen vaak jonge boeren naar de stad.

Meeste mensen wonen in steden
De Chinese urbanisatietrend is geen unicum, ook metropolen als het Indiase Delhi, het Nigeriaanse Lagos en Mexico-City trekken aan als een magneet. Verstedelijking is een universeel fenomeen. Momenteel woont 54,5 procent van alle wereldburgers in stedelijk gebied, in 1960 was dat nog 30 procent. Voor 2030 schat de VN dat cijfer op 60 procent.

Of het leven er daadwerkelijk beter op wordt voor de nieuwe stadsbewoners, is de vraag. “Mensen die weinig opleiding hebben genoten, vinden het moeilijk te concurreren met stedelijke bedrijven”, stellen de Chinese professor Yansui Liu, directeur van het Center for Regional Agriculture and Rural Development bij het Institute of Geographic Sciences and Natural Resources Research en Yuheng Li, hoofddocent bij het gelijknamige instituut, in Revitalize the world’s countryside. Hun artikel verscheen in augustus 2017 in het wetenschappelijk tijdschrift Nature. “Veel plattelanders voeren uiteindelijk informeel, laagbetaald manueel werk uit als schoonmaker, beveiliger of bouwvakker.”

Meer dan de helft van de Chinezen die naar de stad trekken zijn tussen de twintig en dertig jaar. Het wordt steeds moeilijker om hoger opgeleide dokters, ondernemers en docenten voor de plattelandsgemeenten te behouden. Zorg en onderwijsfaciliteiten brokkelen hierdoor af en voorzieningen verdwijnen. En dat is dan weer een drijfveer voor jongeren om hun biezen te pakken. Het is, kortom, een neerwaartse spiraal. 

“Dat jongeren wegtrekken naar de stad, is van alle tijden. Het punt is dat er nu steeds meer jongeren wegtrekken en dat ze niet meer terugkeren”, verklaart Bettina Bock. Ze is bijzonder hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen en houdt zich bezig met bevolkingsdaling en leefbaarheid in krimpgebieden.

Japan: koploper krimp
Als er één land ter wereld is dat weet wat bevolkingskrimp inhoudt, dan is het Japan. In 2014 woonde 93 procent van de Japanners in de stad, in 1950 was dat 53 procent. Steden als Tokyo, Osaka en Nagoya zijn momenteel erg in trek. Japan is eveneens koploper in vergrijzing, met name op het platteland waar de impact van de trek naar de steden goed merkbaar is.

Veel regio’s investeren flink om krimp tegen te gaan. In Minamiuonuma bijvoorbeeld, een stad ten noordwesten van Japan, werd een spiksplinternieuw ziekenhuis gebouwd om artsen en verpleegsters aan te trekken. Er kwam een IT-business park om werkgelegenheid te creëren. Zoals veel andere krimpende plattelandsgemeenten, stuurde ook Minamiuonuma brochures op naar jongeren in stad in de hoop ze te overtuigen om terug te keren naar hun geboortedorp. Maar de krimp zette voort.

Zeer origineel was de actie van het lingeriemerk Triumph. Het bedrijf introduceerde ruim tien jaar geleden de Stop the birth decline bra in het land, een bh met op de ene buste een lachende oma vergezeld van vier vrolijke koters, op de andere een droevige grootmoeder met twee huilende kinderen. Het was een publiciteitsstunt om het krimpprobleem op de kaart te zetten.

“Voor veel plaatsen is de enige uitkomst dat ze in de toekomst zullen verdwijnen”, voorspelt Peter Matanle over Japan tegenover het Amerikaanse magazine The Atlantic. Als hoofddocent bij de Universiteit van Sheffield bestudeerde hij de Japanse bevolkingsafname. Het verdwijnen van steden en dorpen is op zichzelf niet het probleem. Maar het gaat om de overgangsfase. Een plek waar eerst veel mensen samenleefden, wordt steeds kleiner, verandert in een spookdorp en uiteindelijk in een veld. De ‘wilde’ natuur kan zich dan herstellen. Het dilemma is: hoe ga je probleemloos van de ene situatie naar de andere? En hoe beheer je kleine overheden als ze steeds minder belastinginkomsten ontvangen?

Toerisme, vloek of zegen?
De leegloop op het platteland houden ook de Chinese onderzoekers Liu en Li bezig. Samen met professor Hans Westlund van de School of Architecture and Built Environment KTH Royal Institute of Technology in Zweden en onderzoeker Xiaoyu Zheng van de University of Chinese Academy of Sciences namen ze het Chinese krimpdorp Xiaoguan en het Zweedse Åre onder de loep.

In Xiaoguan organiseerden boeren zich in coöperaties. Er volgden overheidsinvesteringen in infrastructuur, met als uiteindelijk resultaat dat de inkomens van de boeren stegen en tientallen arbeidsmigranten terugkeerden naar hun dorp. Het succes zit ‘m volgens de onderzoekers in het sterke leiderschap van de dorpscommissie. Dankzij de goede, onderlinge samenwerking van onderop, groeide de sociale cohesie. Samenwerken als bindmiddel, de onderzoekers noemen het social glue.

Die ‘sociale lijm’ deed ook zijn werk in het Zweedse Åre, waar men investeerde in toerisme. De nationale overheid stelde geld beschikbaar voor een kabelbaan, skiliften en hotel. Dat diende als vliegwiel om met het skioord investeerders aan te trekken van buiten. Tijdens de crisis in de jaren negentig, kregen ze het zwaar te verduren. Opvallend was toen dat juist de lokale ondernemers zich in stand wisten te houden door onderlinge samenwerking en steun van de gemeente. Langzaam begon het dorp in tegenstelling tot menig andere Zweedse bergdorpen, weer te groeien. 

Er zijn kanttekeningen te plaatsen bij deze zogeheten succesformule. Oudere toeristen klaagden erover dat het dorp commercieel was geworden. En de Zweedse inheemse Sami bewoners werden slachtoffer, omdat de toeristendrukte hun rendierkuddes uit elkaar dreven. Blijkbaar had niet iedereen degelijke inspraak gehad bij de ontwikkelingen in Åre.

Plek voor vluchtelingen en gratis kastelen
In het Italiaanse dorp Sant’Alessio in Aspromonte gooiden ze het over een andere boeg. Hier haalden ze vluchtelingen en asielzoekers binnen uit onder meer Ghana, Irak, Nigeria en Mali. “Er is meer leven in het centrum van ons kleine dorp”, zegt de burgemeester tegen persbureau AFP over de komst van nieuwe bewoners in het krimpdorp. De oudere inwoners, die in een ver verleden zelf arbeidsmigrant waren geweest, zijn er blij mee. De komst van de migranten bracht het dorp tot leven. En er kwamen enkele banen bij. Vier dorpen uit de buurt volgen nu hetzelfde voorbeeld.

Of je nu inzet op de integratie van vluchtelingen of op economische bedrijvigheid, er bestaan legio voorbeelden van hoe ze in het buitenland omgaan met krimp. De rode draad is wel dat de levendigheid gewaarborgd wordt, waar sociale cohesie en werkgelegenheid een belangrijke rol bij spelen. Italië gaf bijvoorbeeld gratis kastelen weg om verval tegen te gaan en om mensen naar het platteland te lokken. Frankrijk bood recentelijk nog een chateaux aan voor 50 euro. Wel zat er een addertje onder het gras: de verbouwkosten, die soms tot in de miljoenen lopen, moest je zelf betalen.

Grensoverschrijdende voorbeelden om krimp tegen te gaan zijn er ook. “Ik was laatst in het Franse gebied de Lot, waar veel Fransen zijn weggetrokken maar waar nu Britten wonen en er een Bed & Breakfast runnen”, zegt hoogleraar Bock. Sterke initiatieven van onderop zijn even hard nodig, betogen onderzoekers Li en Lui. En dat is een uitdaging in gebieden waar hoger opgeleiden – met kennis, ervaring of interesse op organisatievlak – juist wegtrekken.
In Noord-Europa waar krimp een bekend verschijnsel is, stationeerde Noorwegen een topuniversiteit in Tromsø, 350 kilometer onder de poolcirkel. De onderwijsinstelling biedt banen, juist voor hoogopgeleiden. Maar zo’n investering kost de overheid geld. Veel geld. En niet elke overheid wil of kan dat investeren.

Natuurlijk kun je voorbeelden uit het buitenland nooit klakkeloos kopiëren, omdat elke situatie anders is. Maar hoe je een krimpgebied ook wilt inrichten, nationale overheden dienen een visie te ontwikkelen voor de lange termijn, vindt ook Bock. “In Italië benoemen ze hun krimpgebieden tot de inner areas. Dat vind ik treffend. Want deze gebieden horen er gewoon bij en verdienen de aandacht”, concludeert Bock. Achteruitgang in een krimpregio raakt uiteindelijk een land als geheel.

Dit artikel is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzonder Journalistieke Projecten en de Lira Startsubsidie voor jonge journalisten.

Dit artikel is onderdeel van het dossier De kansen van Krimp. Andere artikelen over groeiende sociale ongelijkheden tussen Nederlandse krimpgebieden en de Randstad, en over welke kansen krimp biedt, verschijnen ook op Small Stream Media.