Hoe vul je het gat van wegtrekkende traditionele partijen in krimpgebieden? Met nieuwe organisaties, zoals de coöperatie Klooster & Buren in Noord-Groningen bijvoorbeeld. Anne Hilderink knoopt daar met betrokken bewoners en zzp’ers de in het slop geraakte zorg, woningen, recreatie, dagbesteding en groenverzorging aan elkaar.

In een klassiek zorgcentrum uit de jaren zeventig in het Groningse Kloosterburen komt een 89-jarige mevrouw met een rollator binnengelopen. “Dag Greet!”, roept Anne Hilderink, oprichter van de hier gevestigde coöperatie Klooster & Buren. Greet Stiekema is een vaste deelnemer van het yogalesje dat straks begint. Al bijna een jaar woont ze met haar man op het terrein van Klooster & Buren en wandelt er zelfstandig rond, ondanks vier operaties aan haar heup. “Drie hier en één daar”, vertelt ze lachend terwijl ze op haar linker- en rechterbeen slaat.

Stiekema schuift aan voor een kopje koffie en vertelt hoe ze hier terecht is gekomen. “Anne heeft me van straat geplukt.” Hilderink lacht en knikt. Ze hebben het over 2016. Stiekema had voor haar moeilijk lopende man van 92 net een traplift aangevraagd en ‘nee’ te horen gekregen, met een niet kloppende uitleg in de schriftelijke afwijzing. “Toen werd ik wel even pissig”, vertelt Stiekema. Maar er was niks meer aan te doen. Hilderink kende de situatie van Stiekema, net als vergelijkbare gevallen in de omgeving. Er werd bezuinigd in de thuiszorg en dat kwam extra hard aan in de Noord-Groningse dorpen. Wegens krimpende bewonersaantallen trokken zorginstellingen zich uit sommige krimpgemeenten zelfs helemaal terug.

Toen Stiekema nog nagrommend vanwege de afgewezen trapliftaanvraag rondwandelde in de buurt, schoot Hilderink haar aan. “Ik wil een coöperatie inrichten en de zorg in eigen handen nemen”, vertelde ze. “Zou jij mee willen denken?” Hilderinks plannen waren het antwoord op een eerder vastgelopen project. Samen met de gemeente, woningcorporaties en zorginstellingen was Hilderink al een paar jaar bezig om de enigszins vergane glorie van het dorp te herstellen.

De Kloostertuin, het hoogste punt van Kloosterburen, was zo verzakt en overwoekerd dat mensen die slecht ter been waren er nauwelijks konden komen. Hilderink wilde de tuin weer opkalefateren en beter toegankelijk maken. En dat dan circulair. “Verschillende functies samenvoegen en alles met elkaar verbinden”, legt ze uit. Door bijvoorbeeld het hout van door de gemeente gekapte bomen als bouwmateriaal te gebruiken. En door het groenbeheer onderdeel te maken van de dagbesteding van mensen met een lichamelijke of geestelijke beperking. Maar dat ging wel heel ver buiten de gebaande paden van de projectontwikkelaars waarmee de gemeente, zorginstellingen en woningcorporaties gewend waren te werken. “Het was vooral praten, praten, praten”, omschrijft Hilderink. “Wij zagen langzamerhand dat het niet meer ging en wilden liever zelf ontwikkelaar worden. Dat durfde de gemeente niet aan. Ze beschouwden het project als mislukt.”

Dus besloot Hilderink het helemaal zelf te doen. Nou ja zelf, met een heleboel betrokkenen die óók mee wilden denken en bouwen. Zoals Stiekema. “Ik wilde niet alleen voor mezelf opkomen, maar ook voor andere mensen van mijn leeftijd”, vertelt ze. In coöperatievergaderingen laat Stiekema nu zien waar je als oudere tegenaan loopt en benadrukt ze dat haar generatie graag zo lang mogelijk zelf de regie houdt. “We willen contact met iemand die zich verantwoordelijk voelt in plaats van met een loket of tien antwoordapparaten”, zegt Stiekema vanuit de yogakamer. “Ook al is het antwoord ‘nee’. Dan willen we weten waarom dat zo is.”

Ondanks wat strubbelingen om voormalige zorgaanbieders goed te laten aansluiten op haar nieuwe woonsituatie, woont ze hier met veel tevredenheid, zegt ze breed lachend voordat ze  opstaat. Het is tijd voor yoga. Meerdere dames zijn de kamer binnengedruppeld, met of zonder rollator. Een in het paars geklede dame in een rolstoel wordt naar binnen gereden door Nienke Klunder. De 36-jarige medewerker is al sinds haar 16e bezig in de zorg, voor de traditionele instellingen. Maar dat had ze inmiddels wel gezien, vertelt ze. “Dat is hoe ik het niét wil.”

Stiekema en Klunder leveren met hun kennis en ervaring een belangrijke bijdrage aan het netwerk van Klooster & Buren. Nog zo iemand is de zelfstandige yogalerares Hanna van der Linden. Ze is hier zoals elke week naartoe gefietst voor een yogales, als bijdrage aan de coöperatie. De dames gaan in een rijtje zitten tegenover Van der Linden, en wel op de zitbotjes. ‘De voetjes van de romp’, legt Van der Linden uit en onderbreekt zichzelf: “U zit een beetje scheef, Winnie. Hoe komt dat?” Als Winnie vertelt dat maar één van haar gehoorapparaatjes het goed doet, verplaatst de yogalerares haar stoel een paar meter en gaat verder. Ze dirigeert de aandacht van de dames naar de ademhaling en adviseert hetzelfde te doen als ze zich ooit zitten te vervelen.

Maar vervelen hoeven de dames zich niet snel in Klooster & Buren. Iedereen kan zich vermaken in de dierenweide, de moestuin of in de opgeknapte Kloostertuin. Bovendien moeten de huishoudelijke zaken ook nog gewoon gebeuren in Olde Heem, het gerenoveerde zorgcentrum, waar inmiddels 45 mensen wonen. Op haar weg naar buiten passeert Hilderink een man met een emmertje op zijn rollator. “Dag meneer Zuidema, komt u de vuilnisemmer legen?” groet Hilderink. Eenmaal buiten voegt ze toe: “We willen de vitaliteit van de bewoners hooghouden.”

Tegenover Olde Heem loopt Hilderink een kerk binnen. Vrijwilliger Ed Vastenouw staat met een bezem in zijn hand de muren te boenen. Aannemer Niels Kloppenburg komt erachteraan met een spuit vol vloeibaar leem, aangesloten op een draaiende betonmolen. Hij ontwikkelde deze methode zelf, om muren duurzaam te isoleren. Tegen het leem aan plakt hij later vandaag dikke blokken kalkhennep. Dat is hard nodig, want nu moeten ’s winters voor dorpsraadbijeenkomsten of filmavonden de oude kerkkachels nog twee dagen lang staan loeien, vertelt Hilderink. “En dan nog heb je koude voeten!” Een efficiënte kachel verhit straks een nieuwe vloerverwarming met hout uit de naast het terrein gelegen houtafdeling van de gemeente, zoals Hilderink al langer van plan was.

Ook de vroegere kerkgangers uit het dorp zijn volgens Hilderink blij met de ontwikkelingen in hun oude gebedsplaats. De coöperatie kreeg het gebouw van de Protestantse kerk, met nota bene 80.000 euro erbij voor de noodzakelijke verbouwingen om een maatschappelijke functie te kunnen behouden. ”Een bruidsschat”, noemt Hilderink het. De kerk wordt regelmatig gebruikt voor vergaderingen van Klooster & Buren en voor studiemiddagen die gemeenten vanuit het hele land hier organiseren. “Zij komen kijken hoe wij het aanpakken”, zegt Hilderink trots.

De coöperatieve aanpak van krimpproblemen blijkt goed te werken. Klooster & Buren heeft inmiddels 21 mensen in dienst en werkt samen met zo'n 30 professionele organisaties of zzp’ers. Bewoners en betrokken zorgpartijen zijn tevreden en ook met de gemeente wordt weer vaker samengewerkt. “Eigenlijk past de werkwijze van de overheid niet op dit soort ontwikkelingen”, zegt Hilderink. “Maar we zijn toch één samenleving, dus we moeten het samen doen.” Volgens Hilderink staan gemeenten steeds meer open voor burgerparticipatie, met gemeente de Marne zijn de lijnen kort. “Ons initiatief werd breed gedragen in het dorp, maar dat was zonder leden nog niet zichtbaar voor de gemeente”, zegt Hilderink. “Daarom veranderde we in 2016 van een stichting in een coöperatie. We hadden meteen 150 leden.”

Klooster & Buren is een coöperatie van de vijf dorpen uit de voormalige gemeente Kloosterburen, inmiddels opgegaan in gemeente de Marne. Omliggende dorpen willen inmiddels ook betrokken worden bij de ontwikkelingen in de zorg want  Klooster & Buren heeft inmiddels veel vertrouwen gewonnen. De coöperatie kocht het oude zorgcentrum Olde Heem, waar nu ook yoga wordt gegeven. Ruim 40 oude bewoners verhuisden mee met de zorgaanbieder die het pand wilde sluiten. Acht mensen bleven. Inmiddels telt het gebouw 45 bewoners, waaronder een 19-jarige zorgstudente.

Het grootste enthousiasme over de coöperatie kwam misschien wel toen het hart van het dorp eenmaal was opgeknapt. Hilderink loopt de Kloostertuin in en wijst op de gladgetrokken paden. “Die zijn nu zelfs toegankelijk voor rolstoelen!” In de moestuin krijgen schoolkinderen les en komen bewoners rondwandelen.  Hilderink: “Alles wat hier groeit is eetbaar.” Bij het hek van een dierenweide met geiten en kippen – inmiddels ook onderdeel van Klooster & Buren – staan verse eieren te koop.

Bewoners van Klooster & Buren met een verstandelijke beperking helpen bij het werk in de tuin, de dierenweide en gemeentelijke groenvoorzieningen verderop in de buurt. Zij werken ook bij leden van de Coöperatie, zoals de kaasmakerij van WaddenMax, een biologisch dynamisch veebedrijf in Hornhuizen. Vanmiddag zitten ze binnen in het atelier om de hoek van de Kloostertuin. Hilderink loopt via de houtwerkplaats, waar drie mannen afvalhout omtoveren in meubels, naar een tafel met drie vrouwen. Ze geeft een knuffel aan haar dochter Elisabeth, die zit te haken. “Wat wordt het ook alweer?”, vraagt Hilderink. “Een tasje, geloof ik”, antwoordt Elisabeth. Ze woont in het Olde Heem, achter haar ouders in de middeleeuwse boerderij die uitkijkt op de Kloostertuin.

Na twee uur is de rondleiding eigenlijk nog lang niet afgelopen. Hilderink laat nog de keuken zien, waar kok Syb Velink, uitvinder van de kip teriyaki van Knorr wereldgerechten, vandaag pizza’s dubbelslaat met hulp van een van de jonge bewoners die graag kookt. Van al het werk dat hij doet voor grote organisaties en evenementen, is hij het meest trots op deze keuken. “Met stagiaires en mensen uit de dagbesteding koken voor een brede doelgroep”, zo omschrijft hij het. Niet gek dat dat juist hier langs de rand van Noord-Nederland gebeurt. “Krimp is niet bekrompen kijken.”

Weer binnen in de gangen van Olde Heem schiet Hilderink Frans Hegeman aan, verantwoordelijk voor de Technische Dienst in het gebouw. Dankzij hem halveerden de energielasten en dook het waterverbruik tot onder de 25 procent van wat het daarvoor was. Frans ontdekte dat de noodlift continu zonder stroom zat en verhielp het probleem. Dat was er de voorgaande jaren bij ingeschoten tijdens controles van reguliere instellingen. “Toen voelde niemand zich verantwoordelijk”, verklaart hij. “Dat is het”, knikt Hilderink. Juist dat verantwoordelijkheidsgevoel en de eigen initiatieven van alle betrokkenen maken de coöperatie volgens haar succesvol. Ze noemt de op ouderen toegespitste yoga en de zelf ontwikkelde leemspuitmethode als voorbeeld.

Die ideeën krijgen bovendien ruim baan doordat Hilderink geen schotten in de zorg plaatst. Naast de woningen voor ouderen en mensen met een verstandelijke beperking die, benadrukt Hilderink, goed werk ook heel belangrijk vinden, huist op het terrein van Klooster & Buren ook nog een kinderdagverblijf. Het is vanmiddag te laat om er nog langs te gaan, tot teleurstelling van Hilderink. Maar ze heeft haar punt al lang bewezen: verschillende taken lokaal in coöperatieverband organiseren wérkt hier, juist zonder al die traditionele partijen. Dat zij zich terugtrokken uit het dorp heeft voor sommige bewoners van Kloosterburen goed uitgepakt. De 89-jarige Stiekema heeft er met haar nieuwe woon-, zorg- en recreatieplek bij Klooster & Buren in elk geval iets veel waardevollers voor teruggekregen dan een traplift.

Dit artikel is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzonder Journalistieke Projecten en de Lira Startsubsidie voor jonge journalisten.

Dit artikel is onderdeel van het dossier De kansen van Krimp. Andere artikelen over groeiende sociale ongelijkheden tussen Nederlandse krimpgebieden en de Randstad, en over welke kansen krimp biedt, verschijnen ook op Small Stream Media.