Augustus 1996 staat in het geheugen van België gegrift. Marc Dutroux maakte van België een land met een speciale gevoeligheid voor verdwijnings- en misbruikzaken. Nu, 22 jaar later lijkt die gevoeligheid stilaan te zijn weggeëbd.

In augustus 1996 worden Sabine Dardenne en Laetitia Delhez uit een kelder in Wallonië bevrijd. Het was de kelder van Mark Dutroux, de man die hen ontvoerd en seksueel misbruikt had. Voor Julie, Melissa, An en Eefje kwam alle hulp te laat.

Op 20 oktober 1996 vond er een witte mars plaats. Wit van woede gingen 300.000 mensen de straat op om de slachtoffers te herdenken en de werking van politie en justitie aan de kaak te stellen. Na de bevrijding van Sabine en Laetitia werd snel duidelijk dat deze diensten steken hadden laten vallen. Naar de aanklacht van het volk werd geluisterd. Tijdens de mars beloofde de toenmalige Belgische premier Jean Luc Dehaene de oprichting van een stichting voor vermiste en seksueel uitgebuite kinderen. De meest bekende misdadiger van België zorgde zo voor de oprichting van Child Focus.

10.000 kinderen
Met de oprichting van Child Focus kwam ook de strijd tegen verdwijningen van niet-begeleide minderjarigen (NBM) op de radar in België. Niet-begeleide minderjarigen zijn zowel niet-begeleide minderjarige vreemdelingen (NBMV) als niet-begeleide Europese minderjarigen (NBEM). Het gaat om jonge vreemdelingen die in België wonen zonder begeleiding van hun ouders of een wettelijke voogd.

Heidi De Pauw leidt Child Focus. Zij was er 22 jaar geleden ook bij als casemanager. “Samen met een collega heb ik toen de verdwijning van niet-begeleide minderjarigen opgepakt. Er werd geen aandacht aan besteed. Laat me in alle eerlijkheid en met enige frustratie zeggen dat er nog steeds heel weinig aandacht voor is.”

Volgens Europol zouden er in Europa 10.000 niet-begeleide minderjarigen vermist zijn. De Pauw heeft het moeilijk met dat cijfer. “Als je weet dat om de twee minuten een minderjarige in Europa als vermist wordt opgegeven dan zou die 10.000 een goede benadering kunnen zijn, maar het blijft gissen.”

Over het aantal vermiste niet-begeleide minderjarigen in België durft De Pauw al helemaal geen absolute uitspraken te doen. “Ik weet het niet. Vorig jaar kregen wij 124 meldingen, de dienst Voogdij spreekt over 618 verdwijningen. Er wordt niet altijd melding gemaakt.” Hierdoor doen verschillende cijfers over het aantal vermissingen de ronde. “Elk cijfer geeft een vertekend beeld.”

Waar ze wel zeker van is, is dat er eigenlijk weinig veranderd is als het aankomt op de verdwijning van niet-begeleide minderjarigen. “Er is weinig gevoeligheid. Als het gaat om heel kleine kindjes kan er nog wel enige gevoeligheid zijn. Toch zien we dat bij de verdwijning van een 15-jarige jongen die Jan of Jean heet de opsporingsberichten meer gedeeld worden dan als het gaat over Mohammed. Dat is een feit. De betrokkenheid bij dergelijke jongeren is gewoonweg minder.”

Brahim
De verdwijning van een negenjarige niet-begeleide minderjarige vorig jaar illustreert die ongevoeligheid. Net voor de zomer verdween Brahim tijdens de lunchpauze op de dienst vreemdelingenzaken. “Wij hebben die verdwijning publiek gemaakt, want 9 jaar is jong. Op de foto zag hij er ook jong uit. Gelukkig is hij teruggevonden maar bij de verdwijning werden we geconfronteerd met een negatieve framing. Er werd gezegd dat hij veel ouder dan negen was, dat hij een crimineel was, dat hij niet in België wilde blijven en geen hulp wilde aanvaarden", vertelt De Pauw.

"Nu, ik kan u zeggen dat Brahim vandaag nog altijd in het opvangcentrum zit waar hij toen naar toe gebracht is, dat hij Frans spreekt en dat hij naar school gaat. Dat hij met andere woorden een voorbeeld is". De Pauw vervolgd: "Als je tijd en energie in niet-begeleide minderjarigen steekt dan kan het goedkomen. Helaas voelen we bij politiediensten soms een soort frustratie en onverschilligheid wanneer niet-begeleide minderjarigen verdwijnen. Zo van, ‘Hij komt al uit Afghanistan, hij zal zijn plan wel trekken.’ Neen, het gaat om jongeren en ik blijf erbij, ook al gaat het om een zeventienjarige Afghaan, zij nemen risico’s, grote risico’s om het traject naar hier te ondernemen. Ze komen niet met een eerste klasse ticket.”

"Een kind sluit je niet op. Nooit!"

In augustus dit jaar vond er een mars plaats tegen de opsluiting van kinderen in gesloten centra. Geen witte mars dit keer. En geen 300.000 demonstranten zoals in 1996. 300 mensen namen deel.

Het aantal protestvoerders is veelzeggend. “Het probleem is de onverschilligheid. De burger, Jan Modaal die ‘de’ krant leest, ‘het’ nieuws kijkt of ‘de’ tweet van bepaalde mensen als zoete koek slikt, staat negatief tegenover vluchtelingen. Hierdoor hebben migranten het gevoel dat ze niet welkom zijn. Natuurlijk zijn ze blij met de aandacht van die bepaalde groep maar zij weten en voelen ook zeer goed aan dat dat niet de meerderheid is. Dat is jammer”, aldus De Pauw.

De verdwijning van niet- begeleide minderjarigen is dus geen losstaand incident maar deel van een structureel probleem. De Pauw legt uit: “Er zit een verharding in onze maatschappij en dat komt vooral door de politieke framing die heel vaak gemaakt wordt. Het is geen geheim dat er in Europa een verrechtsing plaatsvindt waar politici met een zweem van populisme migranten heel sterk in een slecht daglicht plaatsen. Er wordt gecommuniceerd over illegalen die het land worden uitgezet, over transmigranten die weigeren hulp te aanvaarden en dergelijke meer. Ook in het optreden van officiële diensten is er een verharding. Ik heb jongeren gesproken die ronduit schrik hebben van politiediensten omdat ze slaag krijgen. Ik heb daar geen bewijzen van, maar dat ze hardhandig worden aangepakt, is zeker. Als je elke morgen in een park je wekkertje moet zetten om voor dag en dauw op de vlucht te slaan omdat je weet dat de politie het park komt leeghalen en alles wat jou enigszins beschutting biedt op de vuilnishoop gooit. Ja, dan kan je geen vertrouwen hebben in autoriteiten en is het geen wonder dat jongeren verdwijnen.”

Dit artikel is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzonder Journalistieke Projecten en de Lira Startsubsidie voor jonge journalisten  en de VNJB.