De Nederlandse arts en reddingswerker Ayla Emmink lag afgelopen zomer, op 24 augustus 2025, kort te rusten aan boord van de Ocean Viking toen ze opeens vreemd kabaal hoorde. Emmink had al meer dan een etmaal gewerkt en net tientallen mensen gered uit twee lekke rubberboten. “Ik hoorde een doffe knal”, zegt ze. ”De kogels sloegen vlak naast mijn cabine in.”
Het schip van SOS Méditerranée, werd ongeveer twintig minuten lang beschoten door een patrouilleboot van de Libische kustwacht. Ze voeren op dat moment in internationale wateren. Aan boord was de bemanning, afkomstig uit meerdere Europese landen, en zo’n 90 schipbreukelingen uit Afrika. De precieze details over de aard van de aanval zijn nog steeds niet bekend. De zaak wegens poging tot moord ligt nu bij de rechtbank in Syracuse, waar een formeel onderzoek is geopend naar leden van de Libische kustwacht die betrokken waren bij de aanval.
Het incident staat niet op zichzelf want een maand later gebeurde iets soortgelijks. Op 26 september opende een Libische eenheid het vuur tijdens een reddingsactie van de Duitse Sea-Watch 5. Ook bij dat incident waren Nederlanders aan boord. En ook over de details achter die aanval wordt gezwegen.
Frontex had contact op schietdagen
Uit officiële documenten die de journalisten van Lost in Europe verkregen via een beroep op de Europese transparantieregels blijkt dat Frontex op beide dagen waarop de reddingsschepen onder vuur lagen over relevante informatie beschikt en daarover contact had met het Libische RCC.
Frontex heeft in totaal 21 interne documenten geïdentificeerd die op deze dagen zijn opgesteld. Het gaat onder meer om waarnemingen vanuit de lucht, interne logboeken en een tijdlijn van gebeurtenissen op 26 september 2025. Acht van deze documenten zijn gedeeld met de Libische autoriteiten.
De inhoud van de documenten blijft echter geheim. Frontex stelt dat openbaarmaking de operationele veiligheid zou schaden en heeft daarom alleen het bestaan van de stukken bevestigd. Daardoor blijft onduidelijk welke informatie Frontex precies had en wat er met Libië is gedeeld voorafgaand aan en tijdens de beschietingen.
Doordat Frontex weigert inzicht te geven in de aard en inhoud van de gedeelde informatie, blijft onduidelijk welke rol het agentschap precies speelde voorafgaand aan en tijdens de beschietingen. Dat gebrek aan openheid bemoeilijkt onafhankelijke controle en publieke verantwoording van deze gebeurtenissen op zee. En is des te problematischer omdat alle betrokken partijen met Europees publiek geld worden gefinancierd, ook de Libische kustwacht.
Wel blijkt uit het documentoverzicht dat Frontex van de gebeurtenissen op 26 september 2025 een zogenoemd Serious Incident Report aan het opstellen is. Zo’n rapport wordt alleen gemaakt wanneer mogelijk sprake is van een ernstige schending waarbij het agentschap betrokken is. Het incident is geclassificeerd als Category 1, de zwaarste categorie binnen Frontex, bedoeld voor zaken met mogelijke dodelijke afloop of ernstige juridische en mensenrechtelijke gevolgen. Gedurende het onderzoek kan Frontex deze documenten niet vrijgeven, omdat dit het lopende proces zou schaden. Wanneer dit onderzoek wordt afgerond is niet bekend.
Wanneer bewijs alleen bij Frontex ligt
De situatie is sinds kort juridisch minder onaantastbaar. Vorige maand, in december 2025, oordeelde het Hof van Justitie van de Europese Unie in twee samenhangende zaken dat Frontex verantwoordelijk kan worden gehouden voor mensenrechtenschendingen, ook wanneer het agentschap niet zelf ingrijpt maar wel aanwezig is of toezicht houdt.
De uitspraak dwingt Europese instanties tot fundamentele keuzes, reageren juristen. “Frontex kan niet meer tegelijk alles willen zien en nergens verantwoordelijk voor zijn,” zegt mensenrechtenadvocaat Lisa-Marie Komp. “Minder vastleggen ondermijnt de operatie, maar meer zien zonder handelen vergroot de juridische kwetsbaarheid.”
Een van die zaken draaide om de Syrische vluchteling Alaa Hamoudi. Hij stelde dat hij in 2020 bij het Griekse eiland Samos werd teruggeduwd naar zee terwijl een Frontex-vliegtuig de situatie observeerde. Om dat te onderbouwen vroeg hij herhaaldelijk om toegang tot operationele rapporten en interne vastleggingen die uitsluitend bij Frontex berusten.
Het agentschap weigerde die documenten te verstrekken; de rechter in eerste aanleg liet dat passeren. “Het doorslaggevende bewijs bevond zich exclusief bij het agentschap zelf,” zegt mensenrechtenadvocaat Iftach Cohen, die hem bijstond. “En wanneer dat niet wordt vrijgegeven stranden dit soort zaken tegen Frontex vaak.”
Het Europees Hof van Justitie maakt aan die praktijk nu expliciet een einde. ‘Wanneer aannemelijk is dat cruciale informatie alleen bij Frontex ligt en voor slachtoffers onbereikbaar is, mag een rechter daar niet meer aan voorbijgaan,’ zegt Cohen. In zo’n geval hoeft een klager niet alles te bewijzen: het is aan het agentschap om zelf duidelijkheid te geven over wat er is gebeurd.
Volgens Cohen reikt die redenering verder dan pushbacks alleen. Zij kan ook relevant zijn voor andere geweldszaken op zee, zoals de beschietingen op de NGO-schepen.
Europese betrokkenheid
Nadat de Ocean Viking onder vuur was genomen, gaf de bemanning zelf een Mayday af en nam contact op met het Italiaanse zoek- en reddingscoördinatiecentrum. Volgens Emmink kregen zij te horen dat er geen middelen beschikbaar waren. “We vroegen ook andere instanties, waaronder de NAVO, om ons te begeleiden naar de kust,” zegt Emmink. Hoewel de directe dreiging inmiddels voorbij was, voelde de bemanning zich nog altijd onveilig. Maar hulp bleef uit. Er kwam geen enkele reactie.
Uit vertrouwelijke communicatie blijkt dat de Speciaal Rapporteur voor de Mensenrechten van de VN zich grote zorgen maakt. Zowel over de aanval door de Libische kustwacht op het reddingsschip Ocean Viking als over het feit dat Italië en de EU aanbevelingen over mensenrechten in Libië niet opvolgen.
Ze roept de Italiaanse autoriteiten op van koers te veranderen en te zorgen voor een veilige omgeving waarin mensenrechten zonder belemmeringen kunnen worden verdedigd.
In een recent gelekt document van de Europese Commissie, gedeeld met de journalisten van Lost in Europe, is te lezen dat zij tussen 2025 en 2027 circa 140 miljoen euro uittrekt voor migratiebeheer in Noord-Afrika. Waarbij de Commissie het risico hoog acht dat dit geld indirect terecht kan komen bij personen die onder sancties vallen of worden beschuldigd van mensenrechtenschendingen. Specifiek over Libië schrijft zij: "Het gebrek aan effectief toezicht op gewapende groepen langs smokkelroutes gaat vaak hand in hand met schendingen van de mensenrechten, waarbij migranten regelmatig het slachtoffer worden van misbruik en uitbuiting."
Libië ontkent verantwoordelijkheid voor de schietincidenten. De berichten dat de kustwacht op de Europese reddingsboten heeft geschoten, noemen ze "ongegrond en politiek gemotiveerd”, schrijft Libya Review. Het nieuwsplatform citeert een marineofficier die zegt dat er geen enkel bewijs is voor gewelddadige acties door de kustwacht, en dat individuele incidenten niet het beleid van de staat vertegenwoordigen.
Europese hulporganisaties vertellen echter een ander verhaal. Sinds 2016 documenteerden zij al meer dan zestig geweldsincidenten door Libische eenheden op zee. Omdat de maat vol is hebben zij sinds november 2025 hun communicatie met het Libische JRCC stopgezet.
Dit doen zij uit protest tegen het geweld van de Libische kustwacht, die volgens hen bestaat uit “een netwerk van gewapende milities dat door de EU wordt gefinancierd”. Deze stap kan leiden tot boetes of inbeslagname van hun schepen door Italië, maar de initiatiefnemers van de nieuwe alliantie Justice Fleet, een groep van 11 Europese reddingsorganisaties, nemen het risico. “Wij proberen hiermee het internationaal zeerecht en de mensenrechten op zee te beschermen."
Eurocommissaris voor Migratie Magnus Brunner erkent de kritiek op de Libische kustwacht maar zegt dat Europa “geen alternatief heeft”.
Over de aard van de schietincidenten is intussen weinig opgehelderd. In reactie op vragen van het Europees Parlement stelt de Europese Commissie geen onderzoeksbevoegdheden te hebben en te moeten wachten op Libische onderzoeken. Maar Libië zegt geen onderzoek te doen. Daardoor blijven Europese documenten een van de weinige controleerbare bronnen, en is het Frontex die als enige over die cruciale informatie beschikt, die zij niet openbaar maakt.