Massatoerisme in Veere:
een plaag of een gezellige boel?

Het is zomer en dat betekent topdrukte voor het Zeeuwse Veere. Binnen de wallen van dit historische vestingstadje wonen ongeveer 600 mensen, maar daarnaast trekt Veere naar schatting één miljoen toeristen per jaar. De druk is hoog. Wat vinden de Verenaren daarvan?

“Je hebt Amsterdam, Venetië, maar ook Veere”, zegt Jan Paul Loeff. Hij is voorzitter van Stadsraad Veere en maakt zich regelmatig druk als er drommen toeristen zijn weg blokkeren. Hij woont in een historisch pand aan de Kaai, een van de doorgaande wegen in Veere. “Het kruipt in je hart, Veere. Veerisme zeggen we wel eens, als mensen besmet zijn met het virus.”

Vroeger was Veere een levendige handelsplaats. Een aantal gebouwen, zoals het Stadhuis met haar eeuwenoude carillon en de Schotse Huizen, gebouwd om de Schotse wol op te slaan, verwijst daarnaar. Ook is de plaats bekend vanwege haar ligging aan het Veerse Meer. De toeristen die de stad bezoeken zijn vooral dagjesmensen. Terwijl het in de zomer uit haar voegen barst, heeft Veere ook te maken met krimp. De stad vergrijst, de supermarkt is gesloten en buiten het toerismeseizoen om is het erg stil op straat.

Gemaakt voor toeristen
Jan Paul is in Veere komen wonen toen hij 12 jaar oud was. Later is hij voor zijn werk naar de Randstad gegaan, maar nu is hij terug en hij woont in het pand naast het huis waar hij opgroeide. “Het is gewoon een erg mooi stadje. Daarom woon ik hier ook. Maar die toeristen... Het begint in april met de grijze golf oudere mensen, soms met cruiseschepen uit Amerika. Je hebt er geen last van, maar je hebt er ook niets aan. Dan zie je van die groepjes met een gids door de stad lopen. Ik ben er een keer bij gaan staan en zei 'Het zijn allemaal leugens hoor!'. Het is zeker wel een historische stad, maar veel panden zijn niet meer origineel en er zijn pseudo-oude huizen gebouwd voor de toeristen.”

Ook Oma’s Snoepwinkel is gemaakt voor de toeristen. “Mensen uit Veere zelf komen hier niet echt. Ik vind het juist wel leuk. Het is iets unieks, het bestaat alleen hier”, zegt Sterre Marteijn (16). Het werk in Oma’s Snoepwinkel is een bijbaantje voor haar en voor Esra Kloet (15). “Vooral oudere mensen vinden het heel leuk om hier te komen. Die zeggen dan 'Weet je nog van vroeger?'. Borsthoning is bijvoorbeeld snoep dat je niet meer in gewone winkels hebt. Dan praten ze erover dat ze dat altijd kregen toen ze klein waren.”

Sterre en Esra hebben een wit schortje aan en zien eruit alsof ze, net als de winkel zelf, in het Zeeland van tientallen jaren geleden leven. “Dit is de enige winkel waarin we deze kleding dragen. Het is leuk voor het beeld. Mensen willen ook vaak met ons op de foto.” En of dat aanslaat bij het publiek. In de zomermaanden is er elke dinsdag een historische markt. Met mensen in klederdracht die hoefijzers smeden en ambachtelijke streekproducten verkopen. “Dat is natuurlijk allemaal voor de commercie. Het is dan echt vreselijk druk. Een plaag is het!”, zegt Jan Paul. “De lokale ondernemers hebben dat bedacht. Ze gaan voor de snelle stuivers en niet voor de bewoners. Ik zou het acuut schrappen. Op die dinsdagen ben ik aan huis gekluisterd, ik kom niet door die massa heen. Het is een ramp!”

Gezelligheid
Nicky, eigenaresse van de Jachtclub Veere in het pittoreske haventje, vindt het eigenlijk wel gezellig. “Anders is het hier zo stil. Meer toerisme is gewoon meer handel. Het is toch onze boterham. Eigenlijk is onze sociëteit alleen voor leden. Het staat op het bordje bij de deur: voor leden en opvarenden. Maar als je iedereen moet gaan wegsturen, dan heb ik daar een dagtaak aan. Dat doe ik alleen als het echt te druk wordt. Het is wel het clubhuis van de leden, zij betalen hier lidmaatschapsgeld voor. In principe zorg ik ervoor dat onze eigen mensen altijd kunnen zitten.”

Ook havenmeester Paul de Bruijn ziet het toerisme als iets positiefs. “Mensen zijn altijd blij als het weer zomer wordt. Ik ben eigenlijk een soort gastheer van de mensen die hier komen aanleggen. Sommigen blijven een nachtje slapen en vragen dan aan mij waar ze lekker kunnen eten.” Ondertussen groet een van de zeilers Paul. “Ja, de meeste mensen die hier komen ken ik wel ja. Ik ben hier ook voor de vaste leden en veel vakantiegangers komen elk jaar terug.”

Het toerisme zorgt voor veel banen in Veere. “Het is een erg leuk bijbaantje voor ons”, zegt Sterre. Hoewel er niet van hen wordt verwacht dat ze meerdere talen vloeiend spreken, is de snoepwinkel toch een plek waar de meiden met buitenlandse toeristen te maken hebben. “Er komen wel veel Duitsers en Amerikanen. Zo kunnen we onze talen een beetje oefenen”, zegt Esra.

Geen supermarkt meer
“We moeten oppassen dat we niet een monumentenstadje worden. Veere is een soort openluchtmuseum. Buiten de toeristische attracties is er weinig te beleven”, zegt Paul. “Tijdens die zomermarkten is het tot zes uur 's avonds stampend vol, daarna is het weer rustig.” De meiden in Oma’s Snoepwinkeltje herkennen dat. “We zijn alle dagen van het jaar open, zelfs op Eerste Kerstdag en Nieuwjaarsdag. Maar in de winter is het hier wel behoorlijk uitgestorven”, zegt Sterre.

Door de grote historische waarde van het stadje zijn de huizenprijzen er hoog. “We noemen het ook wel de Goudkust van Middelburg”, zegt Jan Paul. Buiten het hoogseizoen staan er opvallend veel huizen leeg. “Veel mensen hebben hier een tweede huis. Ja, wel een goede investering als je het mij vraagt”, zegt Paul. Nieuwe wetgeving probeert dit in te perken. Een tweede woning mag je alleen hebben als je hem erft. “Het is ’s winters een stille bedoeling hoor, het moet niet erger worden dan dit”, zegt Nicky. “Gelukkig hebben wij onze stamgasten.”

De hoge huizenprijzen zorgen voor vergrijzing. Alleen rijke pensionado’s kunnen die betalen en dan zijn er nog de mensen die al jarenlang in Veere wonen die in hun huis blijven zitten. “Er is wel levendigheid. We hebben bijvoorbeeld culturele avonden en een herensociëteit. Maar met mijn 63 jaar ben ik daar de jongste”, zegt Jan-Paul. Ook de zeilers vormen een levendige gemeenschap volgens Paul. “Maar ook die vergrijst. De jeugd komt niet meer. Het is moeilijk jongeren enthousiast te krijgen voor deze mooie sport.”

Als gevolg van de krimp is onder andere de supermarkt uit Veere verdwenen. Vervelend voor de inwoners en ook voor mensen die er met hun zeilboot afmeren. “Je kan echt merken dat mensen omhoog zitten met hun spulletjes.” Dus legt kroegbazin Nicky een voorraadje aan. “Een uitje, knoflook of citroentje. Maar ook melk, water, boter, kaas. Voor het geld doe ik het niet, maar zo houd je wel je klanten tevreden. Ik help ze graag.”

Voordeel voor bewoners
“Ik ben niet zozeer tegen al die toeristen, maar veel van hen misdragen zich gewoon. Laatst liep zo’n toerist gewoon mijn schuur binnen. Ze denken dat ze zomaar alles kunnen maken!” Jan Paul gooit zijn handen verontwaardigd de lucht in. “Terwijl een andere keer een wat oudere man mij gewoon beleefd en geïnteresseerd vroeg naar de oude boot die in mijn schuur staat. Toen hadden we vervolgens een hartstikke mooi gesprek.” Jan Paul heeft de Tien Geboden voor Toeristen samengesteld, waarin hij hen aanspreekt op hun gedrag. Bijvoorbeeld om niet te hard te rijden en afval niet op straat te gooien.

“Ik denk dat het belangrijk is dat de bewoners er meer aan hebben. Dan wordt de overlast minder. Nu heb ik bijvoorbeeld het idee om de oude scheepswerf op de hoek van de haven op te knappen. Interessant voor toeristen, maar ook leuk voor hobbyisten zoals ik.” Jan Paul is actief bij de Vereniging Vesting Veere Kanonniers, die de Middeleeuwse kanonnen letterlijk nieuw leven in blazen. “Nu doen we dat alleen bij hele speciale gelegenheden, maar je zou toeristen daarvoor kunnen laten betalen en een lezing geven over de historie ervan. Dan kunnen wij lekker schieten, toeristen kunnen rijen dik kijken en dan heeft iedereen lol.”